Het verhaal van Krummel

Een mooi verhaal, verteld door Gospelband Tribute tijdens de sing-in op 31 juli.

Krummel, een heel gewone rups
door Max Lucado

Krummel was een gewone rups. Hij had geen strepen en hij had geen stippen.Hij at gewoon blaadjes en hij kroop door gewoon gras.
Krummel was maar een gewone rups.
Maar Krummel deed één ding dat niet gewoon was. Hij praatte met God.
Krummel en zijn vriendje Hummel vroegen vaak aan God:'Waarom hebt U ons zo gewoon gemaakt?'
Dan antwoordde God: ‘Ik houd van jullie, Krummel en Hummel. Maar Ik ben nog niet klaar met jullie. Ik ga jullie een nieuw hart geven.’
Dat hielp... eventjes,
tot ze een kleine mier tegenkwamen met een enorme dennenappel op z’n rug.
‘Wauw!’ zei Hummel. ‘Hoe kun jij zoiets zwaars tillen?’
‘God heeft me zo sterk gemaakt,’ antwoordde de mier.
Krummel en Hummel werden weer verdrietig. Ze vroegen God: ‘Waarom kunnen wij niet sterk zijn, zoals die mier?’
God zei wat Hij altijd zei: ‘Ik houd van je zoals je bent. Maar ik ben nog niet klaar met jullie.’
Toen voelden ze zich weer wat beter... tot ze op een regenachtige dag een slak zagen.
‘Hadden jullie maar zo’n huis als ik,’ zei de slak. ‘Het is lekker droog hierbinnen.’
Krummel en Hummel vroegen zich af waarom God hén niet zo’n gezellig huisje had gegeven.
God zei nóg eens tegen Krummel en Hummel dat ze geduld moesten hebben, omdat Hij nog niet klaar met hen was.
Toen voelden Krummel en Hummel zich veel beter... totdat ze het lieveheersbeestje zagen.
‘Wat heb jij prachtige stippen!’ zei Krummel.
‘Schitterend,’ riep Hummel.
‘Dat is aardig van jullie,’ antwoorde het lieveheersbeestje verlegen, ‘maar zo heeft God me gemaakt.’
Die nacht bad Krummel: ‘Here God, ik begrijp het niet, waarom maakte U ons zo... zo...’
‘Gewoon?’ zei God. ‘Maak je maar geen zorgen. Ik ben nog niet klaar met je. Je krijgt een nieuw hart van Mij.’
Krummel keek naar zijn vriendje en zuchtte gapend: ‘Ik word opeens heel erg moe.’
‘Laten we dan maar een lekker zacht bedje voor je maken,’ stelde Hummel voor.
Terwijl Krummel langzaam in slaap viel in zijn zachte bedje, dacht hij nog na over wat God had gezegd en hij bad: ‘Heer, ik vind het niet erg meer om een gewone rups te zijn. U houdt van mij en daarom ben ik bijzonder.’
Die nacht droomde Krummel iets grappigs. Hij droomde dat hij bijzonder was,
net als de mier,de slak en het lieveheersbeestje.
Toen Krummel wakker werd, was het donker om hem heen. Hij was van top tot teen ingepakt. Wat was er met zijn bed gebeurd?
Toen hij zich eruit wurmde, viel het op de grond en barstte open.
Maar wacht eens... er kriebelde iets op zijn rug...
Opeens vouwden twee zachte vleugels zich fladderend open! Krummel wapperde zijn nieuwe vleugels op en neer en daar ging hij: hoger en hoger, hij zweefde boven de bomen.
En ineens begon Krummel te begrijpen wat God hem had verteld. Hij was geen mier, geen slak of een lieveheersbeestje... Hij was Krummel; een prachtige vlinder met een prachtig hart.
Krummel wilde gauw het goede nieuws aan Hummel gaan vertellen.
‘Joehoe! Kijk eens!’ riep Krummel.
‘Wauw! Ben jij dat echt, Krummel?’
‘Ja, helemaal! Zie je wel dat God nog niet klaar met me was, Hummel! En Hij is ook nog lang niet klaar met jou, hoor.’
Hummels glimlach werd steeds breder. Nu begon hij het ook te begrijpen.